










|
|
De naamgevers
Vreede en Kramer
Op de donateursdag van 24 oktober 2007 is de gerenoveerde hal (de oude
Traditiekamer) vernoemd naar LTZ 1 D. Vreede en de uitbreiding en nog te
renoveren hal naar Hoofdofficier Marine Stoomvaart Dienst der 2e klasse
A.A.C. Kramer. Daarbij zijn ook de nieuwe naamborden onthuld.
Onderstaand de door de voorzitter uitgesproken redes bij die gelegenheid.
Dirk Vreede
Dirk Vreede was een van de MLD-pioniers van het eerste uur. Geboren aan het Havenplein te Den Helder in 1883 (zijn vader was ook marine-officier) toonde hij al op jonge leeftijd belangstelling voor de maritieme luchtvaart.
Zo valt in het boek “de Jonge Zeearend” (geschreven ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de MLD) onder andere te lezen dat hij als jong officier samen met een aantal handige onderofficieren van het artillerie-instructieschip “Bellona” een tweedekker zweefvliegtuig van bamboe en zeildoek in elkaar zet en daarmee uiteindelijk , voortgetrokken door een torpedoboot, kans ziet een stuk te vliegen boven het Marsdiep. Als op een hoogte van een meter of 6 de sleeplijn breekt maakt hij een mooie glijvlucht , gevolgd door de een “ditch”, de eerste in de Koninklijke marine ! Dirk was een robuuste, sportieve kerel zijn geweest, niet voor niets was zijn bijnaam “Dirk de geweldige”, om verwarring met een naamgenoot (familie) te voorkomen.

Zijn belangstelling voor de luchtvaart was voor de Admiraliteit reden hem te benoemen tot commandant van het op te richten marinedetachement te Soesterberg, waar de Luchtvaartafdeling (LVA) van de KL sedert 1913 een vliegopleiding “op de vliegheide” had opgezet.
Dirk behaalt in december 1916 als een der eerste marinevliegers zijn vliegbrevet op de Farman F 22. Klasgenoten van hem zijn onder andere de ltz’s Doorman en Thomson.
Nadat in de zomer van 1917 het marinevliegkamp de Mok op Texel gereed is gekomen wordt op 18 augustus bij ministeriëel besluit de MLD officiëel opgericht en LTZ1 Dirk Vreede benoemd tot commandant.
Het was niet een tijd van “op de winkel passen”, want vele vliegtuigtypen (zowel land- als watervliegtuigen) volgden elkaar op, vooral wegens de internering van vliegtuigen uit de omringende landen, die in geval van nood nogal eens uitweken naar het neutrale NL. Maar er moest natuurlijk ook kundig personeel worden aangetrokken en opgeleid. Zo werd in diezelfde maand het korps vliegtuigmakers ingesteld en in 1921 het korps der luchtwaarnemers. Ook was er een grote behoefte aan meer vliegkampen en regelgeving.
Wie over deze beginjaren van de MLD meer wil weten wordt van harte het boek “70 jaar MLD” van Nico Geldhof aanbevolen.
V.w.b. de verdere loopbaan van Dirk Vreede wordt hierbij volstaan met de constatering dat hij buiten de MLD ook als zee-officier zijn sporen heeft verdiend. Ook wat dat betreft heeft hij met zijn generatiegenoten de trend gezet dat binnen de marine vliegen voor een aantal zee-officieren een onmisbare sub-specialisatie was, maar dat de nautische vaardigheid van hen daar niet onder mocht lijden.
Dirk Vreede heeft hij op 1 sept. 1934 als SBN de rijkszeedienst met leeftijdsontslag verlaten, maar is daarna (met een onderbreking wegens WO
II) nog lang actief geweest als lid van het toenmalige Hoog Militair Gerechtshof.
Hij is in 1955 op 72-jarige leeftijd overleden.
Zijn kleinzoon Dirk Tjalling Vreede , oud-officier van de Koninklijke Marine Reserve heeft het naambord van zijn grootvader onthuld.
Anton Kramer
Zoals Dirk Vreede een pioneer in het operationele vlak was, zo was zijn generatiegenoot Anton Kramer een pioneer op het gebied van de
luchtvaart-techniek. Ook hij kwam voort uit een geslacht met een marinetraditie, want ook zijn vader was officier van de MSD (ofwel Technische dienst zoals dat tegenwoordig heet).

Ik citeer uit het onvolprezen boek van Nico Geldhof (“70 jaar MLD”):
“………Het geven van onderhoud en herstellen van vliegtuigen was beginjaren ’20 geheel geconcentreerd op het marinevliegkamp De Kooy. De bekwaamheid van de technische dienst was reeds in 1919 op de ELTA (eerste luchtvaart tentoonstelling te Amsterdam) gebleken, waar op de stand van de MLD de geheel gerestaureerde V 5 stond, opgebouwd uit een geïnterneerd Duits watervliegtuig. Maar ook de schijnbaar lange levensduur van de oude marinevliegtuigen was te danken aan de vakbekwaamheid door vliegtuigmakers aan de dag gelegd, want er werden volledig nieuwe toestellen op de Kooy gebouwd, die, om moeilijkheden met licentierechten te ontgaan, de nummers kregen van verloren gegane toestellen en daarom voorzien werden van één boutje afkomstig van het oude toestel!
Zo kon men het meemaken dat een volledig wrak watervliegtuig per zolderschuit van de Mok naar De Kooy werd vervoerd en per ommegaande een glanzend nieuw toestel met hetzelfde nummer aan de Mok werd afgeleverd.
Als er over een periode wat gelukkig gevlogen was, kon men in de werkplaatsen van De Kooy dan ook nieuwe maar nummerloze toestellen aantreffen. Voor het nummer moest men nog even op een kraakje wachten!
Het grootste succes is wel geweest de staalconstructie van de W-A door de officier van de marinestoomvaartdienst der 2e klasse A.A.C. Kramer in 1924. Tot aan dat tijdstip waren deze vliegtuigen geheel van hout geconstrueerd, maar nadien zijn alle W-A’s volgens dit nieuwe principe “hersteld”. Pas in 1933 verdwenen de W-A vliegtuigen voorgoed uit de lucht. Vooral in Indië werden er wonderen mee verricht.
Uiteindelijk werd Anton Kramer Chef van de Technische dienst op het Marinevliegkamp Morokrembangan. Een zware functie, want Morokrembangan was toentertijd het grootste vliegveld voor maritieme operaties in de Oost. In feite stonde ook het grootste deel van de MLD-activiteiten in NL (opleidingen, bevoorrading, reparaties, enz) ten dienste van de MLD in Indië, waar de surveillance en bevoorrading wegens de uitgestrektheid van de archipel zonder vliegtuigen nauwelijks uitvoerbaar was.
Om de Jap te ontlopen embarkeerde begin maart 1942 zich in totaal 140 personen (onder wie veel vrouwen en kinderen) aan boord van een aantal vliegboten. De formatie bestaande uit 9 kisten vloog vanuit Morokrembangan naar de veilig geachte kust van NW-Australië (Broome).
Terwijl de opvarenden zich wegens het lage water nog aan boord bevonden werd deze weerloze vloot in de vroege ochtend van 3 maart helaas door Japanse bommenwerpers ontdekt en zwaar onder vuur genomen. De MLD-vliegboten waren bijna letterlijk “sitting ducks” voor de Japanse Zero’s. In totaal 48 personen kwamen bij dit drama om het leven , onder wie ook Anton Kramer, zijn echtgenote en hun dochter.
Hun zoon Jan was toen al adelborst. Hij zou later via de opleiding in Engeland (Enys House) officier worden.
Zijn kleinzoon Wijnand (KTZT b.d.) heeft het naambord van zijn grootvader onthuld.
|